De weersvoorspelling was niet heel erg goed: buiige regen en later wat zon. Toch waren enkele tientallen leden op komen dagen. Na de koffie met geleuter vertrokken we in 3 groepen. Eerst een groep achter Peter Donia aan, daarna een grote groep achter ik weet niet wie aan. Ik houd niet van grote motorgroepen, dus als laatste met 5 motorcikkels vertrokken. Ronald Maus voorop en Wim Uilenbroek achteraan voor de verloren schapen. Allebei BMW-rijders die hun motor waarderen voor wat hij waard is: allemachtig, wat waren die dingen smerig! Nee, dan Guusje! Fris gewassen en gepoetst stond ze mooi rood in de ochtendzon te pronken met haar parmantig omhoogwijzende tie….ehh, cilinderkopjes. Absoluut opwindend gezicht!! Toen ik haar startte schudde ze haar lichaam heerlijk heen en weer, zodat ik niet kon wachten om aan een nieuwe heerlijke rit te beginnen. Wat is zo’n Italiaanse schone berijden toch fijn, al is ze al wat op leeftijd. Maar alla, dat ben ik ook!

Tot Waardenburg over de snelweg en toen de Betuwe in: lekker slingerend naar Nijmegen. Maar wat zien we daar ineens? Een Suzuki met een nieuw vrouwelijk lid erop (Lidwin) aan de kant van de weg. Erbij staat een verlaten Yamaha F6. Waar is de berijder? Toch geen enge dingen aan de gang? Gelukkig, daar gaan een paar struiken aan de kant en klimt ons oudste lid de sloot uit: Hè, hè, ff uit de broek geplast (niet erin gelukkig)! De grote groep had na een paar druppels regen in paniek de rit gestopt en was huiswaarts gekeerd. Schande! Gelukkig waren deze twee uit het juiste hout gesneden. Verder maar weer. Ergens bij Oss dook een stuk onverhard op. Vlak onder de Maas, dus lekkere vette en vooral gladde klei. Na enig overleg besloten het er op te wagen. Ai, daar gaat voornoemde Suzuki-rijdster onderuit. Dat is balen! Met een paar man de motor overeind: de schade valt zo te zien mee en er kan verder worden gereden. Gelukkig is ze goed verzekerd voor het geval dat. Ik kijk om me heen: weer een verlaten Yamaha F6! Waar is-tie nou weer? Na enige minuten zie ik een paar maisplanten opzij gaan en daar komt Willem met opgeluchte grijns tevoorschijn. ‘Dat zal de boer niet fijn vinden’, mompelt hij en stapt op de motor voor de modder glijpartij. Als laatsten gaan Monique Tuinstra et moi. F..k! Daar gaat zij ook! Been klem onder de motor, dus tillen zodat ze er onderuit kan. Gelukkig schiet een automobilist te hulp om de Bulldog overeind te zetten. Balen! Na een poosje komt ook zij met een hoop geglij aan bij de rest. Daar bleek de tank een vieze deuk te hebben en uit een scheurtje te lekken. Weer balen! Toen kwam alle frustratie er uit. Gelukkig konden we terecht bij een plaatselijke bewoner, Harley-rijder: goei volluk!, waar e.e.a. bekeken werd en we wat konden drinken. De twee pechhebsters gingen elkaar in de tuin de modder van het lijf werken: zie foto’s, het gejoel was niet van de lucht, ha ha!

Na wat benzine te hebben afgetapt, (lekker hè, Wim: via een slang overhevelen?), rustig naar Monique thuis. Wat gedronken en nagepraat, daarna ging ieder op huus an.

Bijdewee: we hoorden dat de grote groep twee nieuwe leden, broers, kwijt was geraakt. Dat mag m.i. niet gebeuren! Iemand kan pech hebben of een ongeluk: dan moet hij/zij daar niet alleen voor staan. Voor mij nog een reden waarom groepen niet groter dan 5 à 6 motoren zouden moeten zijn. In een grote groep kan de voorrijder niet iedereen in het oog houden, dus moet iedere rijder zijn/haar achterligger goed in de gaten houden via de spiegels. Als iemand niet meer in zicht is: langzamer gaan rijden en zo nodig als het kan stoppen! De rijder daar voor heeft dit als het goed is snel door enz. Op die manier weet de hele groep in no time dat er iets aan de hand is. Maar dan moet iedere rijder zijn/haar verantwoordelijkheid wel nemen! Ik zou graag zien dat hier op korte termijn aandacht aan wordt gegeven!

Greetz, Diederick Rebel