Komende zondag 28 maart staat de tweede rit van dit jaar op het programma. De Zomertijdrit. Dus let op dat je op het juiste (zomer)tijdstip bij de McDonalds bent!!!!

Om 09.30 uur verzamelen bij de Mc Donalds, Blokhoeve in Nieuwegein. We vertrekken vanaf 09.45 uur.

Deze mooie rit is uitgezet door Derek van Roon. De rit is 195 km lang. En gaat richting Arkel en Leerdam. Om vervolgens de Waal over te steken en over de Waaldijk richting Gorinchem te rijden. En daarna langs de noordkant van de Waal richting Nijmegen. En langs de Neder Rijn en de Lek weer terug naar Nieuwegein.

Er is nog geen stop ingepland. We moeten ons dan allemaal nog houden aan de strenge lockdown.

Start en einde van de rit dus bij de Mc Donalds, Blokhoeve in Nieuwegein.

Zoals met andere ritten dit jaar gaan we weer met groepjes van 5 motoren vertrekken. Let hierbij zelf op hoe groot de groep is; als er al 5 zijn sluit je aan bij de volgende groep. Bij een groep van 5 motoren is het niet meer nodig om baksteensgewijs te rijden. Rij je eigen lijn. Dat is veel veiliger.

Tot zondag 28 maart om 09.30 uur bij de Mc Donalds, Blokhoeve in Nieuwegein.

Deze mooie rit is uitgezet door Tom Agterberg. De rit is 150 km lang. Snel de Lek over naar Lexmond en Leerbroek richting Tiel met nog eerst een stukje langs de Waal. Vervolgens naar Buren en met het Beusichems veer de Lek over. En dan via Werkhoven het Amsterdam Rijnkanaal over. En lekker zwierend langs de Lekdijk (noord) weer terug naar Nieuwegein.

Er is nog geen stop ingepland. Maar hopelijk is dat dan wel weer mogelijk. Misschien is er dan nog een strenge Lock down. Daar moeten wij ons dan allemaal aan houden. Dat geldt ook voor het geplande hapje en het drankje bij de Petanque aan het einde van de rit. Dat wordt de week vóór de rit bekend gemaakt of dat tegen die tijd mogelijk is.

Een verre MCN rit begint (en eindigt) altijd met een stukje snelweg. Om zo weer eens ergens anders mooie toerweggetjes te kunnen rijden. Wat verder van Nieuwegein. Dit keer net voorbij Amersfoort de snelweg af en binnendoor naar Kootwijk. Daarna schampen we net Apeldoorn aan. Om vervolgens om Vierhouten heen naar Nijkerk te rijden. Dan pakken we weer 35 km snelweg naar Nieuwegein. Bij elkaar een mooie route door veel natuur.

Deze eerste avondrit (op maandag) is ook uitgezet door Tom Agterberg. De rit is 85 km kort; het is maar een avondrit. De route gaat dwars door de Reeuwijkseplassen en langs de Meije waar je in het weekend niet mag rijden met de motor. Maar op maandagavond wel😊😊. De route gaat daarna verder naar Woerdenseverlaat en Harmelen. Er zit al een stop in de route opgenomen. En we hopen dat het weer mogelijk is tegen die tijd. Maar als er dan nog een strenge lockdown geldt moeten wij er ons allemaal aan houden.

Deze mooie rit is uitgezet door Tom Agterberg. De rit is 150 km lang. Snel de Lek over naar Lexmond en Leerbroek richting Tiel met nog eerst een stukje langs de Waal. Vervolgens naar Buren en met het Beusichemse veer de Lek over. En dan via Werkhoven het Amsterdam Rijnkanaal over. En lekker zwierend langs de Lekdijk (noord) weer terug naar Nieuwegein.

Er is nog geen stop ingepland. Maar hopelijk is dat dan wel weer mogelijk. Misschien is er dan nog een strenge lockdown. Daar moeten wij ons dan allemaal aan houden. Dat geldt ook voor het geplande hapje en het drankje bij de Petanque aan het einde van de rit. Dat wordt de week vóór de rit bekend gemaakt of dat tegen die tijd mogelijk is.

Ik knoopte de veters van mijn Viking-noren vast en stapte het ijs op. Na een paar eerste onwennige slagen kwam er wat van mijn routine terug en even later gleed ik over het ijs wat knisperde onder mijn schaatsen.

“Weer wat anders dan je motor”, grapte mijn buurman.

“Volgend weekend heb ik de eerste MCN toerrit van het jaar” kopte ik terug.

Mijn buurman keek mij verbaasd aan, “Nou dan mag je wel spijkerbanden monteren”. Met een dik pak sneeuw in Nieuwegein en omstreken wist ik wat hij bedoelde.

Krap zeven dagen later, zondagochtend, de dag van de MCN wintertoerrit was ik vroeg wakker. Strak blauwe lucht en een temperatuur die omhoog schoot. Terwijl ik mijn motorlaarzen aantrok keek ik weemoedig naar mijn schaatsen die er naast stonden. Onderweg naar de “Golden Arches” (red.: McDonalds) klom de temperatuur naar vijftien graden. Ondanks dat ik vroeg was stonden een zestal motoren met hun berijders al in de warme ochtend zon onder een strak blauwe hemel. Iedereen was blij om weer vrienden in het echt te zien. Na wat bij te praten en het verwelkomen van twee nieuwe leden (met een zeer mooi motorjack), kwamen in plukjes nog zo’n negen motoren aan rijden waarbij het eerste groepje door een Triumph aangevoerd werd met Diederick aan de hendels.

De KNMV geeft als advies om in compacte groepjes te toeren en om kwart over tien vertrok het eerste groepje van vier motoren. Het was ronduit heerlijk om in dit warme weer op de motor te zitten en iedereen genoot van deze voorjaarsstemming.

Tijdens de route die onder andere richting Rhenen en Wijk bij Duurstede liep, scheen de warme zon tussen de nog kale bomen en gaf zo een bijzonder effect.

Een klein voordeel van het feit dat de restaurants dicht zijn is dat we, met wat zoeken, een zeer rustig terras in het bos vonden. Ruimte genoeg om onze motoren te parkeren en in de zon tussen de bomen onze meegebrachte koffie, thee en broodjes uit te stallen. In de warmte kon je goed de geur ruiken van de bomen die op het punt stonden weer uit te lopen en gingen je gedachten vanzelf naar het voorjaar en de zomer. Voor nu geen “telefoon meetings” en “video conferences” (of de zoveelste Netflix serie) vanwege de lockdown, maar echte geuren en echte mensen om mee te praten (iets harder op 1,5 meter) en een echte toerrit om op je echte motor te rijden.

Na nog iets meer dan een uur rijden lasten we spontaan een nieuwe koffiestop in bij een zeer mooi park in wel een hele rustige omgeving.

Tijdens de rest van de route verbaasden we ons regelmatig over de enorme drukte op sommige plaatsen bij het bos, en genoten we dubbel dat we op de motor waren.

Op de laatste paar kilometers van de ‘winter’-rit passeerde we Houten en na een laatste groet haakte een enkeling af en ging met een grote glimlach op weg naar huis. De overigen reden naar het startpunt bij de Mac in Nieuwegein waar we nog even napraatten en nagenoten in de zon. Een perfect begin van het seizoen.

De tijd voor erwtensoep, boerenkool of een lekker stoofgerecht is aangebroken. Oude gezellige tijden herleven. Voor sommige van ons was de afsluitingsrit een feest van herkenning. Koffie of thee in een thermosfles en zelf meegebrachte broodjes omdat de restaurantjes en cafés dicht zijn. Onderweg tijdens een ingeplande stop, met vier personen buiten rond een picknick tafel, mooie verhalen of nieuwe doelen voor 2021 uitwisselen. En je weet het: Een doel zonder plan is een wens. Samen met de meegebrachte broodjes en koffie of thee, kreeg je vanzelf een nostalgisch gevoel uit tijden met minder restaurants en minder geld te besteden.

Op zich viel het mee met de horeca want diverse gelegenheden hadden door middel van een afhaal service een manier gevonden om toch wat omzet te creëren. Onze vertrouwde McDonalds had zijn deuren open voor o.a. een koffie en thee afhaal service. En voor een breng-service waren de toiletten open.

De uitgezette route was weer grandioos. Wat is Utrecht een mooie provincie en speciaal in de herfst, geen ander seizoen kent zoveel kleuren. Petje af voor Carlo Caron voor de uitgezette route. Mooie dijkwegen, prachtige lanen met aan weerzijden hoge bomen in hun herfstkleuren, en de kleine dorpjes zoals het oude Noordeloos en de schitterende omgeving van Leerbroek en Schoonrewoerd. De zon piepte af en toe tussen de wolken door en een enkele intimiderende donkere regenwolk trok zonder een spatje snel verder zodra hij ons zag. Niet alleen onze groep maar ook de vele wandelaars genoten van de omgeving en het weer. Onderweg kwamen de verschillende groepjes van MCN elkaar regelmatig tegen als ’n groep zijn ‘Coffee break’ hield.

Een zeer mooie en geslaagde herfstrit.

Een dag die niet had misstaan in het midden van de zomer, de zeldzame combinatie van schitterend weer en het besef van een naderende herfst trok zo’n twintig motoren.

McDonalds, gastvrij als altijd, stelde zijn service tegen een kleine vergoeding ter beschikking, koffie, thee en wc. En met de geur van ontsmettingsmiddel rond onze handen trokken we even later onze handschoenen aan en gingen in groepjes van vijf op pad.

Om uit de periferie van Utrecht te komen reden we de eerste veertig kilometers met een beheerst gangetje op een rustige snelweg naar het noord westen. Bij Durgerdam namen we de afslag en waande je in een ander land. Chapeau voor Derek van Roon die de rit uitgezet heeft.

Bochtige dijkjes, piepkleine dorpjes, smalle straatjes en houten huisjes sierden de route. Het weiland bespikkeld met koeien en tussen de weg en het uitgestrekte grasland een altijd aanwezige sloot met het water bijna op asfaltniveau.

In de loop van de ochtend, in een van de minidorpjes deed een terrasje een succesvolle poging ons te lokken. Een plaatje uit een boek van Anton Pieck. Een pleintje met rieten stoeltjes, een warme ochtendzon, een kerktorentje met slagwerk, een aardige gastvrouw met zwaar Amsterdams accent, warme koffie en lekkere appeltaart opgeleukt met een toef slagroom. “Geluk is niet het hebben van veel bezit, maar het hebben van weinig behoeften”. (Epericus, 341 v.Chr).

Even later arriveerde een van onze andere groepjes en werd het plezier nog groter. Onze aardige gastvrouw attendeerde ons nog even subtiel op de RIVM richtlijnen en stelde vlot een tweede tafel ter beschikking. Na de vrolijke gesprekken en de koffie stopten we onze ontsmette handen wederom in onze handschoenen en uitgezwaaid door de gastvrouw en een groepje kinderen gingen we weer op pad.

De route bleef onveranderd mooi en een enkele keer werd een klein stukje van de route ook nog een keer ongepland vanaf de tegengestelde richting bekeken wat een goede driehonderdzestig graden indruk gaf van de oude karakteristieke boerderijen.

In de middag had een van der Valk restaurant voor de ingang een rode loper uitgelegd en alsof het zo moest zijn eindigde deze in een ideale parkeerplaats voor de motoren. De knappe receptioniste wees ons met liefde en een glimlach een plaats buiten op het terras aan. En schoof even later wakend over onze welzijn net zo vriendelijk een extra tafeltje aan waarmee de RIVM richtlijnen gerespecteerd werden. Genietend van de zon en een gevarieerde en goedvullende lunch zagen we hoe een stoet van slanke lage Lamborghini’s, Ferrari’s, Austin Martins, McLaren en een enkele fors geprijsde BMW het parkeerterrein op reed zoekend naar een parkeerplaats. Het nadeel van twee extra wielen.

’s Middags ging de tocht verder door het landschap wat zo uit een schilderij van Jan Steen kwam en voor elk wat wils was er in de middag zelfs, geheel ongepland, een stukje onverharde weg. De diverse hoge smalle boogbruggetjes maakten de blijdschap compleet. In een stadje viel onze blik op een rustig terrasje in de zon en even later stelde de jongedame die onze bestelling opnam bijzondere belangstelling voor onze trip. Plichtsgetrouw als ze was ging ze helaas niet in op onze uitnodiging om mee te rijden.

Aan het einde van de middag reden we in een gestaag tempo de veertig kilometer terug naar Utrecht en keken nog een keer om naar deze zeer geslaagde dag.

Rene van Alem

Saddle up, it’s evening.

Als cowboys/-girls in een spaghettiwestern reden ze tegen het einde van de dag vanuit diverse richtingen naar de oude ranch van McDonalds. Na een controle door een van de stalknechten of ze op hun tochten over de prairies geen uitheemse ziektes opgelopen hadden mochten ze de ranch binnen en eenmaal binnen zochten ze elkaar op met een mok in de hand, gevuld uit de oude pruttelende koffie pot, om de laatste nieuwtjes te delen.

Toen de oude klok in de McDonalds ranch zeven uur sloeg keken ze op uit hun gesprekken. Een koe loeide in de verte, een paard hinnikte onrustig, een knal van een McDonalds kinderballon die kapotknapte. Niemand zei wat iedereen begreep, het was tijd to saddle up. Holsters werden strak getrokken, een Stetson werd dieper over de ogen getrokken als weerwoord tegen de laag hangende zon, gelaarsde voeten werden over zadels gestoken.

Zo’n achttien motoren vertrokken in kleine groepjes, hun silhouet scherp aftekenend tegen de rode ondergaande zon. Een mondharmonica als begeleidende muziek van wijlen Ennio Morricone ontbrak. Het zij hem vergeven.

De posse reed naar het oosten om bij Wood Hills (red.: Houten) naar het Zuiden af te buigen en via kleine weggetjes langs Werkhoven en Cothen verder te trekken richting de Neder-Rijn. Op deze tijd waren er weinig andere mensen die van dit pad gebruik maakten waardoor de groep alle aandacht op de omgeving kon richten. Het uitzicht was spectaculair. De warme ondergaande zon streek met rode stralen over de uitgestrekte landerijen en het vee wierp lange schaduwen op het grasland. Het opgewaaide stof glinsterde in de lucht toen de posse voorbij reed. Na iets meer dan een uur rijden stopte de geharde mannen en vrouwen voor kort overleg waarbij iedereen dezelfde mening deelde en bij de eerste uitspanning stapte ieder met dezelfde gedachte van het zadel. Koffie!!! (en een thee).De jonge diensters vlogen als bezige bijen rond de groep om het hun zo goed mogelijk naar de zin te maken tersluiks met bewondering kijkend naar de stalen rossen die net buiten het terras stonden. Tijdens hun verblijf bij de uitspanning sprak de groep onderling hun waardering uit voor de tracker Derek van Roon die kans gezien had om zo een mooi pad te ontdekken en uit te zoeken. De zon was bijna onder toen de koffie op was en de route vervolgd werd. Behendig mende de groep hun stalen rossen de smalle bochtige dijk over met naast hun de kolkende rivier de Lek. Plots schoot in het donker tussen de groep een konijn het pad over maar door de snelle reflexen van een van de rijders kon voorkomen dat het geschrokken dier de kerst niet zou halen.

Bij Amerongen hield het pad plots op en keken de mannen uit over het brede donkere water voor zich. Wat nu? Gelukkig had een veerman hen opgemerkt en haastte zich met zijn vaartuig naar hen toe maar niet voordat hij eerst andere reizigers aan de overkant afgezet had. Kort werd onderhandeld over de te betalen vergoeding maar ook voor de veerman was het een mooie avond en nam hij met genoegen de weinige duiten aan die een van de groepsleden bij zich had.

Aan de overkant van het water kronkelde het donkere pad verder de rivier volgend in de richting van het vertrekpunt. De stalen rossen wilden na iedere bocht onstuimig in het donker voorwaarts springen maar wakend over ieders veiligheid werd hun enthousiasme door de berijders in bedwang gehouden.

Na de nodige kilometers met relaxed stuurwerk en een laatste groet gingen de stofwolken uiteen toen de posse zich opsplitste en ieder met een glimlach terug reed naar zijn eigen dorp.

Rene van Alem

Na maanden noodgedwongen thuiszitten of rondjes rondom de kerk rijden, was het dan eindelijk zover: een lang weekeinde motorrijden langs de Moezel!

Een paar waaghalzen waren al eerder in het buitenland geweest, maar voor de meesten was dit de eerste buitenland ervaring van het seizoen 2020.

Uiteindelijk hadden zich 13 deelnemers gemeld voor een paar dagen genieten, met hotel Sonnenblick als uitvalsbasis. Een bekende omgeving, waar MMC’72 ieder jaar een uurtje verderop kampeert (gaat dit jaar helaas niet door), en vlak naast Treis-Karden, waar we in 2016 met Rijschool Safety een trainingsweekeinde hadden. Enig minpuntje was de temperatuur: Voor deze dagen werd rond of boven 30 graden voorspeld.

Peter en Harry waren al een paar dagen eerder naar de Vogezen afgereisd. Adri, Yacinthe en Willem vertrokken wat vroeger, Wim wat later, en dus reden er om 8:30 uur zeven leden bij de McDonalds weg. Diederik reed voorop naar Maastricht, maar had niet meegekregen dat de rest eigenlijk naar Venlo had gewild. Maar alle wegen leiden naar Rome (ca. 2.856.133 inwoners) en naar Lütz (ca. 285 inwoners), dus dat gaf verder niet.

Na een koffiepauze bij een tankstation en een tankstop in Vaals reden Henny, Agnes en Martin achter Rinus aan, en nam Diederik Susan en mij onder zijn vleugels. Via het (drukke) drielandenpunt reden we België in, maar toen werd ons groepje nog kleiner. In Eupen moest ik even wachten om een drukke kruising over te steken en raakte ik Diederik en Susan kwijt. En omdat mijn Tomtom een andere route had dan Diederik, was de kans klein dat ik ze nog terug zou vinden.

Maar zoals de grote meester al wist:’ Ieder nadeel hep een voordeel’. Voor mij betekende dat ik rond 13:00 uur de grens met Duitsland overschreed en mijzelf in Roetgen bij de plaatselijke bakker trakteerde op airconditioning en een vorstelijke punt kersentaart. Even verderop pakte Tomtom de route op en geleidelijk kwam ik dichter bij het einddoel. De thermometer zakte in de bossen nog wel onder de 30 graden, maar op de open weg kwam hij er weer net zo snel boven. Verder viel er weinig te klagen: Er was op vrijdag niet te veel verkeer, de omgeving was mooi, dus wat wil een mens nog meer.

Maar anderhalf uur later smaakte een halve liter alcoholvrije Weizener mij echter zo goed, dat ik de route toch wat korter maakte. Vanaf Daun via Lützebach naar Cochem, en dan nog 20 minuten langs de Moezel om in Lütz te komen. Peter en Harry hadden maar 170 km hoeven te rijden en waren er als eersten. Adri, Yachinthe en Willem kort erna en ook Wim zat al op het terras, toen ik rond 18:00 uur aan mijn volgende halve liter begon. Motorrijden bij 30+ maakt erg dorstig!

De anderen volgden wat later. De warmte bleef lang hangen, het bier bleef koud en na een eenvoudige maar voedzame Schweinehackse volgde een gezellige avond. Wim en ik deden het licht uit en vielen als een blok in slaap.

De volgende ochtend tikte de regen tegen ons zolderraam, en bleek de lucht egaal grijs in plaats van stralend blauw. Mobiel internet is in Duitsland maar matig, en de Wifi in het hotel was ook niet zo snel maar uiteindelijk zag iedereen dat we nog even geduld moesten hebben.

De tijd werd gedood met kletsen en een spelletje, en om 9:55 uur plunderde Adri voor de 2e keer het ontbijtbuffet, zodat het personeel snel klaar was met opruimen.

Tegen 10:30 klaarde het een beetje op, en nadat Susan mij omstandig had verzekerd dat ze mij vandaag niet uit het oog zou verliezen reden we achter Rinus aan weg, en volgden de route die Peter had uitgezet. Helaas volgde de regenbui dezelfde route, en hoewel het niet erg hard regende, waren we de nattigheid snel zat. Tegen 12:00 uur stopten we in Sankt Goar. Merkwaardig genoeg verkocht het restaurantje alléén koffie, en géén Kuchen. Gelukkig zat er 100 meter verderop in de straat een bakker die het precies andersom deed, en daar kochten we een stuk Streuselkuchen waar we met z’n drieën genoeg aan hadden.

Tijdens de pauze was de regen verder Noordwaarts gedreven, en door de warmte van de vorige dag droogden de wegen snel op. Na de koffie reden we verder langs de Rijn. Rinus en ik bezweken niet voor de verleidingen van de Loreley, maar gingen achter Susan aan. Het werd zoals verwacht snel warmer en door de regen van die ochtend erg benauwd.

Na een uur of twee rijden werd het toch wel weer tijd om de inwendige mens te versterken. De gehuchtjes die we doorkruisten boden weinig soelaas, tot een voorbijganger ons naar Kirn stuurde. Een paar kilometer van de route, maar met een erg gezellig pleintje. Op het terras van een barretje vonden we een tafel met parasol, de naastgelegen snackbar serveerde Currywurst, niets mis mee!

De ijssalon aan de overkant zag er ook verleidelijk uit, maar dan bestond het risico dat we de hele middag bleven plakken. Dus klommen we weer in het zadel, met het stellig voornemen om later tóch aan die verleiding toe te geven. Een uurtje later, bij een eenzaam restaurant langs de route was het gelukkig zo ver. Van de kleine, maar fijne ijskaart koos ik de Nusskracker, met een ferme scheut échte advocaat. Aan het einde van de middag vonden we het hotel terug en sprongen direct onder de douche. Want het was wel érg warm geweest!

In het hotel was het drukker dan de avond ervoor, goed dus voor de eigenaren. Peter was die middag over een oliespoor uitgegleden, maar had ten koste van een pijnlijke enkel de boel heel kunnen houden.

Het personeel had de Grillabend strak en Corona-proof georganiseerd, en Eddie de eigenaar deelde na het eten nog een rondje kruidenbitter uit. De avond was, op een klein buitje na, bijna gelijk aan de vorige: Warm, gezellig, Young MCN lag als eerste op bed, en Wim en ik gingen als laatsten.

Zondag gingen we weer terug naar huis. De meesten althans, Peter en Harry bleven nog een paar dagen in Duitsland hangen. Susan en ik besloten om in de ochtend de route van Adri te volgen, en na de lunch de snelweg op te zoeken, zodat we niet te laat thuis zouden zijn. Na het ontbijt stopte ik mijn tas in mijn koffer en wachtte geduldig totdat Susan de drie koffers van haar Honda weer gevuld had. Het zou vandaag beduidend minder warm, maar nog wel behaaglijk worden.

Rond 9:30 reden we Noordwaarts, naar huis. In Duitsland zijn de bakkers ook op zondagochtend open, maar het duurde geruime tijd voor ik er één ontdekte. Tegen elf uur zag ik licht branden in een supermarkt, met een bakker in het voorportaal. We konden nog net koffie en thee krijgen, want om elf uur sloot de tent. Ik nam er een Pflaume-dinges bij, maar die bleek net zo groot als de Kuchen die we gisteren nog door drie hadden gedeeld. Dat was een flinke hap in je eentje!

Toen alles achter de kiezen zat reden we verder. Een klein stukje verder bleef een derde motor ons volgen, en bij een stoplicht zag ik de pretoogjes van Wim achter het vizier glimmen. Gedrieën reden we nog een uurtje door en in Eicherscheid stopten we bij Balkan restaurant Zur Post voor de lunch. Wim was hier op de heenreis toevallig ook al gestopt, en wilde de rest van het menu nog proberen.

Susan en hij bestelden een uitgebreide maaltijd, maar ik had aan een kop soep wel genoeg. Later nog een ijsje toe, en we stapten weer op. Wim volgde de route verder naar Nieuwegein, maar Susan en ik draaiden een kwartiertje verder de snelweg op. Een uurtje later bij Venlo nog even tanken en toen nog anderhalf uur in een slaapverwekkend tempo terug naar huis.

Komende zondag 28 maart staat de tweede rit van dit jaar op het programma. De Zomertijdrit. Dus let op dat je op het juiste (zomer)tijdstip bij de McDonalds bent!!!!

Om 09.30 uur verzamelen bij de Mc Donalds, Blokhoeve in Nieuwegein. We vertrekken vanaf 09.45 uur.

Deze mooie rit is uitgezet door Derek van Roon. De rit is 195 km lang. En gaat richting Arkel en Leerdam. Om vervolgens de Waal over te steken en over de Waaldijk richting Gorinchem te rijden. En daarna langs de noordkant van de Waal richting Nijmegen. En langs de Neder Rijn en de Lek weer terug naar Nieuwegein.

Er is nog geen stop ingepland. We moeten ons dan allemaal nog houden aan de strenge lockdown.

Start en einde van de rit dus bij de Mc Donalds, Blokhoeve in Nieuwegein.

Zoals met andere ritten dit jaar gaan we weer met groepjes van 5 motoren vertrekken. Let hierbij zelf op hoe groot de groep is; als er al 5 zijn sluit je aan bij de volgende groep. Bij een groep van 5 motoren is het niet meer nodig om baksteensgewijs te rijden. Rij je eigen lijn. Dat is veel veiliger.

Tot zondag 28 maart om 09.30 uur bij de Mc Donalds, Blokhoeve in Nieuwegein.

Deze mooie rit is uitgezet door Tom Agterberg. De rit is 150 km lang. Snel de Lek over naar Lexmond en Leerbroek richting Tiel met nog eerst een stukje langs de Waal. Vervolgens naar Buren en met het Beusichems veer de Lek over. En dan via Werkhoven het Amsterdam Rijnkanaal over. En lekker zwierend langs de Lekdijk (noord) weer terug naar Nieuwegein.

Er is nog geen stop ingepland. Maar hopelijk is dat dan wel weer mogelijk. Misschien is er dan nog een strenge Lock down. Daar moeten wij ons dan allemaal aan houden. Dat geldt ook voor het geplande hapje en het drankje bij de Petanque aan het einde van de rit. Dat wordt de week vóór de rit bekend gemaakt of dat tegen die tijd mogelijk is.

Een verre MCN rit begint (en eindigt) altijd met een stukje snelweg. Om zo weer eens ergens anders mooie toerweggetjes te kunnen rijden. Wat verder van Nieuwegein. Dit keer net voorbij Amersfoort de snelweg af en binnendoor naar Kootwijk. Daarna schampen we net Apeldoorn aan. Om vervolgens om Vierhouten heen naar Nijkerk te rijden. Dan pakken we weer 35 km snelweg naar Nieuwegein. Bij elkaar een mooie route door veel natuur.

Deze eerste avondrit (op maandag) is ook uitgezet door Tom Agterberg. De rit is 85 km kort; het is maar een avondrit. De route gaat dwars door de Reeuwijkseplassen en langs de Meije waar je in het weekend niet mag rijden met de motor. Maar op maandagavond wel😊😊. De route gaat daarna verder naar Woerdenseverlaat en Harmelen. Er zit al een stop in de route opgenomen. En we hopen dat het weer mogelijk is tegen die tijd. Maar als er dan nog een strenge lockdown geldt moeten wij er ons allemaal aan houden.

Deze mooie rit is uitgezet door Tom Agterberg. De rit is 150 km lang. Snel de Lek over naar Lexmond en Leerbroek richting Tiel met nog eerst een stukje langs de Waal. Vervolgens naar Buren en met het Beusichemse veer de Lek over. En dan via Werkhoven het Amsterdam Rijnkanaal over. En lekker zwierend langs de Lekdijk (noord) weer terug naar Nieuwegein.

Er is nog geen stop ingepland. Maar hopelijk is dat dan wel weer mogelijk. Misschien is er dan nog een strenge lockdown. Daar moeten wij ons dan allemaal aan houden. Dat geldt ook voor het geplande hapje en het drankje bij de Petanque aan het einde van de rit. Dat wordt de week vóór de rit bekend gemaakt of dat tegen die tijd mogelijk is.

Ik knoopte de veters van mijn Viking-noren vast en stapte het ijs op. Na een paar eerste onwennige slagen kwam er wat van mijn routine terug en even later gleed ik over het ijs wat knisperde onder mijn schaatsen.

“Weer wat anders dan je motor”, grapte mijn buurman.

“Volgend weekend heb ik de eerste MCN toerrit van het jaar” kopte ik terug.

Mijn buurman keek mij verbaasd aan, “Nou dan mag je wel spijkerbanden monteren”. Met een dik pak sneeuw in Nieuwegein en omstreken wist ik wat hij bedoelde.

Krap zeven dagen later, zondagochtend, de dag van de MCN wintertoerrit was ik vroeg wakker. Strak blauwe lucht en een temperatuur die omhoog schoot. Terwijl ik mijn motorlaarzen aantrok keek ik weemoedig naar mijn schaatsen die er naast stonden. Onderweg naar de “Golden Arches” (red.: McDonalds) klom de temperatuur naar vijftien graden. Ondanks dat ik vroeg was stonden een zestal motoren met hun berijders al in de warme ochtend zon onder een strak blauwe hemel. Iedereen was blij om weer vrienden in het echt te zien. Na wat bij te praten en het verwelkomen van twee nieuwe leden (met een zeer mooi motorjack), kwamen in plukjes nog zo’n negen motoren aan rijden waarbij het eerste groepje door een Triumph aangevoerd werd met Diederick aan de hendels.

De KNMV geeft als advies om in compacte groepjes te toeren en om kwart over tien vertrok het eerste groepje van vier motoren. Het was ronduit heerlijk om in dit warme weer op de motor te zitten en iedereen genoot van deze voorjaarsstemming.

Tijdens de route die onder andere richting Rhenen en Wijk bij Duurstede liep, scheen de warme zon tussen de nog kale bomen en gaf zo een bijzonder effect.

Een klein voordeel van het feit dat de restaurants dicht zijn is dat we, met wat zoeken, een zeer rustig terras in het bos vonden. Ruimte genoeg om onze motoren te parkeren en in de zon tussen de bomen onze meegebrachte koffie, thee en broodjes uit te stallen. In de warmte kon je goed de geur ruiken van de bomen die op het punt stonden weer uit te lopen en gingen je gedachten vanzelf naar het voorjaar en de zomer. Voor nu geen “telefoon meetings” en “video conferences” (of de zoveelste Netflix serie) vanwege de lockdown, maar echte geuren en echte mensen om mee te praten (iets harder op 1,5 meter) en een echte toerrit om op je echte motor te rijden.

Na nog iets meer dan een uur rijden lasten we spontaan een nieuwe koffiestop in bij een zeer mooi park in wel een hele rustige omgeving.

Tijdens de rest van de route verbaasden we ons regelmatig over de enorme drukte op sommige plaatsen bij het bos, en genoten we dubbel dat we op de motor waren.

Op de laatste paar kilometers van de ‘winter’-rit passeerde we Houten en na een laatste groet haakte een enkeling af en ging met een grote glimlach op weg naar huis. De overigen reden naar het startpunt bij de Mac in Nieuwegein waar we nog even napraatten en nagenoten in de zon. Een perfect begin van het seizoen.

De tijd voor erwtensoep, boerenkool of een lekker stoofgerecht is aangebroken. Oude gezellige tijden herleven. Voor sommige van ons was de afsluitingsrit een feest van herkenning. Koffie of thee in een thermosfles en zelf meegebrachte broodjes omdat de restaurantjes en cafés dicht zijn. Onderweg tijdens een ingeplande stop, met vier personen buiten rond een picknick tafel, mooie verhalen of nieuwe doelen voor 2021 uitwisselen. En je weet het: Een doel zonder plan is een wens. Samen met de meegebrachte broodjes en koffie of thee, kreeg je vanzelf een nostalgisch gevoel uit tijden met minder restaurants en minder geld te besteden.

Op zich viel het mee met de horeca want diverse gelegenheden hadden door middel van een afhaal service een manier gevonden om toch wat omzet te creëren. Onze vertrouwde McDonalds had zijn deuren open voor o.a. een koffie en thee afhaal service. En voor een breng-service waren de toiletten open.

De uitgezette route was weer grandioos. Wat is Utrecht een mooie provincie en speciaal in de herfst, geen ander seizoen kent zoveel kleuren. Petje af voor Carlo Caron voor de uitgezette route. Mooie dijkwegen, prachtige lanen met aan weerzijden hoge bomen in hun herfstkleuren, en de kleine dorpjes zoals het oude Noordeloos en de schitterende omgeving van Leerbroek en Schoonrewoerd. De zon piepte af en toe tussen de wolken door en een enkele intimiderende donkere regenwolk trok zonder een spatje snel verder zodra hij ons zag. Niet alleen onze groep maar ook de vele wandelaars genoten van de omgeving en het weer. Onderweg kwamen de verschillende groepjes van MCN elkaar regelmatig tegen als ’n groep zijn ‘Coffee break’ hield.

Een zeer mooie en geslaagde herfstrit.

Een dag die niet had misstaan in het midden van de zomer, de zeldzame combinatie van schitterend weer en het besef van een naderende herfst trok zo’n twintig motoren.

McDonalds, gastvrij als altijd, stelde zijn service tegen een kleine vergoeding ter beschikking, koffie, thee en wc. En met de geur van ontsmettingsmiddel rond onze handen trokken we even later onze handschoenen aan en gingen in groepjes van vijf op pad.

Om uit de periferie van Utrecht te komen reden we de eerste veertig kilometers met een beheerst gangetje op een rustige snelweg naar het noord westen. Bij Durgerdam namen we de afslag en waande je in een ander land. Chapeau voor Derek van Roon die de rit uitgezet heeft.

Bochtige dijkjes, piepkleine dorpjes, smalle straatjes en houten huisjes sierden de route. Het weiland bespikkeld met koeien en tussen de weg en het uitgestrekte grasland een altijd aanwezige sloot met het water bijna op asfaltniveau.

In de loop van de ochtend, in een van de minidorpjes deed een terrasje een succesvolle poging ons te lokken. Een plaatje uit een boek van Anton Pieck. Een pleintje met rieten stoeltjes, een warme ochtendzon, een kerktorentje met slagwerk, een aardige gastvrouw met zwaar Amsterdams accent, warme koffie en lekkere appeltaart opgeleukt met een toef slagroom. “Geluk is niet het hebben van veel bezit, maar het hebben van weinig behoeften”. (Epericus, 341 v.Chr).

Even later arriveerde een van onze andere groepjes en werd het plezier nog groter. Onze aardige gastvrouw attendeerde ons nog even subtiel op de RIVM richtlijnen en stelde vlot een tweede tafel ter beschikking. Na de vrolijke gesprekken en de koffie stopten we onze ontsmette handen wederom in onze handschoenen en uitgezwaaid door de gastvrouw en een groepje kinderen gingen we weer op pad.

De route bleef onveranderd mooi en een enkele keer werd een klein stukje van de route ook nog een keer ongepland vanaf de tegengestelde richting bekeken wat een goede driehonderdzestig graden indruk gaf van de oude karakteristieke boerderijen.

In de middag had een van der Valk restaurant voor de ingang een rode loper uitgelegd en alsof het zo moest zijn eindigde deze in een ideale parkeerplaats voor de motoren. De knappe receptioniste wees ons met liefde en een glimlach een plaats buiten op het terras aan. En schoof even later wakend over onze welzijn net zo vriendelijk een extra tafeltje aan waarmee de RIVM richtlijnen gerespecteerd werden. Genietend van de zon en een gevarieerde en goedvullende lunch zagen we hoe een stoet van slanke lage Lamborghini’s, Ferrari’s, Austin Martins, McLaren en een enkele fors geprijsde BMW het parkeerterrein op reed zoekend naar een parkeerplaats. Het nadeel van twee extra wielen.

’s Middags ging de tocht verder door het landschap wat zo uit een schilderij van Jan Steen kwam en voor elk wat wils was er in de middag zelfs, geheel ongepland, een stukje onverharde weg. De diverse hoge smalle boogbruggetjes maakten de blijdschap compleet. In een stadje viel onze blik op een rustig terrasje in de zon en even later stelde de jongedame die onze bestelling opnam bijzondere belangstelling voor onze trip. Plichtsgetrouw als ze was ging ze helaas niet in op onze uitnodiging om mee te rijden.

Aan het einde van de middag reden we in een gestaag tempo de veertig kilometer terug naar Utrecht en keken nog een keer om naar deze zeer geslaagde dag.

Rene van Alem

Saddle up, it’s evening.

Als cowboys/-girls in een spaghettiwestern reden ze tegen het einde van de dag vanuit diverse richtingen naar de oude ranch van McDonalds. Na een controle door een van de stalknechten of ze op hun tochten over de prairies geen uitheemse ziektes opgelopen hadden mochten ze de ranch binnen en eenmaal binnen zochten ze elkaar op met een mok in de hand, gevuld uit de oude pruttelende koffie pot, om de laatste nieuwtjes te delen.

Toen de oude klok in de McDonalds ranch zeven uur sloeg keken ze op uit hun gesprekken. Een koe loeide in de verte, een paard hinnikte onrustig, een knal van een McDonalds kinderballon die kapotknapte. Niemand zei wat iedereen begreep, het was tijd to saddle up. Holsters werden strak getrokken, een Stetson werd dieper over de ogen getrokken als weerwoord tegen de laag hangende zon, gelaarsde voeten werden over zadels gestoken.

Zo’n achttien motoren vertrokken in kleine groepjes, hun silhouet scherp aftekenend tegen de rode ondergaande zon. Een mondharmonica als begeleidende muziek van wijlen Ennio Morricone ontbrak. Het zij hem vergeven.

De posse reed naar het oosten om bij Wood Hills (red.: Houten) naar het Zuiden af te buigen en via kleine weggetjes langs Werkhoven en Cothen verder te trekken richting de Neder-Rijn. Op deze tijd waren er weinig andere mensen die van dit pad gebruik maakten waardoor de groep alle aandacht op de omgeving kon richten. Het uitzicht was spectaculair. De warme ondergaande zon streek met rode stralen over de uitgestrekte landerijen en het vee wierp lange schaduwen op het grasland. Het opgewaaide stof glinsterde in de lucht toen de posse voorbij reed. Na iets meer dan een uur rijden stopte de geharde mannen en vrouwen voor kort overleg waarbij iedereen dezelfde mening deelde en bij de eerste uitspanning stapte ieder met dezelfde gedachte van het zadel. Koffie!!! (en een thee).De jonge diensters vlogen als bezige bijen rond de groep om het hun zo goed mogelijk naar de zin te maken tersluiks met bewondering kijkend naar de stalen rossen die net buiten het terras stonden. Tijdens hun verblijf bij de uitspanning sprak de groep onderling hun waardering uit voor de tracker Derek van Roon die kans gezien had om zo een mooi pad te ontdekken en uit te zoeken. De zon was bijna onder toen de koffie op was en de route vervolgd werd. Behendig mende de groep hun stalen rossen de smalle bochtige dijk over met naast hun de kolkende rivier de Lek. Plots schoot in het donker tussen de groep een konijn het pad over maar door de snelle reflexen van een van de rijders kon voorkomen dat het geschrokken dier de kerst niet zou halen.

Bij Amerongen hield het pad plots op en keken de mannen uit over het brede donkere water voor zich. Wat nu? Gelukkig had een veerman hen opgemerkt en haastte zich met zijn vaartuig naar hen toe maar niet voordat hij eerst andere reizigers aan de overkant afgezet had. Kort werd onderhandeld over de te betalen vergoeding maar ook voor de veerman was het een mooie avond en nam hij met genoegen de weinige duiten aan die een van de groepsleden bij zich had.

Aan de overkant van het water kronkelde het donkere pad verder de rivier volgend in de richting van het vertrekpunt. De stalen rossen wilden na iedere bocht onstuimig in het donker voorwaarts springen maar wakend over ieders veiligheid werd hun enthousiasme door de berijders in bedwang gehouden.

Na de nodige kilometers met relaxed stuurwerk en een laatste groet gingen de stofwolken uiteen toen de posse zich opsplitste en ieder met een glimlach terug reed naar zijn eigen dorp.

Rene van Alem

Na maanden noodgedwongen thuiszitten of rondjes rondom de kerk rijden, was het dan eindelijk zover: een lang weekeinde motorrijden langs de Moezel!

Een paar waaghalzen waren al eerder in het buitenland geweest, maar voor de meesten was dit de eerste buitenland ervaring van het seizoen 2020.

Uiteindelijk hadden zich 13 deelnemers gemeld voor een paar dagen genieten, met hotel Sonnenblick als uitvalsbasis. Een bekende omgeving, waar MMC’72 ieder jaar een uurtje verderop kampeert (gaat dit jaar helaas niet door), en vlak naast Treis-Karden, waar we in 2016 met Rijschool Safety een trainingsweekeinde hadden. Enig minpuntje was de temperatuur: Voor deze dagen werd rond of boven 30 graden voorspeld.

Peter en Harry waren al een paar dagen eerder naar de Vogezen afgereisd. Adri, Yacinthe en Willem vertrokken wat vroeger, Wim wat later, en dus reden er om 8:30 uur zeven leden bij de McDonalds weg. Diederik reed voorop naar Maastricht, maar had niet meegekregen dat de rest eigenlijk naar Venlo had gewild. Maar alle wegen leiden naar Rome (ca. 2.856.133 inwoners) en naar Lütz (ca. 285 inwoners), dus dat gaf verder niet.

Na een koffiepauze bij een tankstation en een tankstop in Vaals reden Henny, Agnes en Martin achter Rinus aan, en nam Diederik Susan en mij onder zijn vleugels. Via het (drukke) drielandenpunt reden we België in, maar toen werd ons groepje nog kleiner. In Eupen moest ik even wachten om een drukke kruising over te steken en raakte ik Diederik en Susan kwijt. En omdat mijn Tomtom een andere route had dan Diederik, was de kans klein dat ik ze nog terug zou vinden.

Maar zoals de grote meester al wist:’ Ieder nadeel hep een voordeel’. Voor mij betekende dat ik rond 13:00 uur de grens met Duitsland overschreed en mijzelf in Roetgen bij de plaatselijke bakker trakteerde op airconditioning en een vorstelijke punt kersentaart. Even verderop pakte Tomtom de route op en geleidelijk kwam ik dichter bij het einddoel. De thermometer zakte in de bossen nog wel onder de 30 graden, maar op de open weg kwam hij er weer net zo snel boven. Verder viel er weinig te klagen: Er was op vrijdag niet te veel verkeer, de omgeving was mooi, dus wat wil een mens nog meer.

Maar anderhalf uur later smaakte een halve liter alcoholvrije Weizener mij echter zo goed, dat ik de route toch wat korter maakte. Vanaf Daun via Lützebach naar Cochem, en dan nog 20 minuten langs de Moezel om in Lütz te komen. Peter en Harry hadden maar 170 km hoeven te rijden en waren er als eersten. Adri, Yachinthe en Willem kort erna en ook Wim zat al op het terras, toen ik rond 18:00 uur aan mijn volgende halve liter begon. Motorrijden bij 30+ maakt erg dorstig!

De anderen volgden wat later. De warmte bleef lang hangen, het bier bleef koud en na een eenvoudige maar voedzame Schweinehackse volgde een gezellige avond. Wim en ik deden het licht uit en vielen als een blok in slaap.

De volgende ochtend tikte de regen tegen ons zolderraam, en bleek de lucht egaal grijs in plaats van stralend blauw. Mobiel internet is in Duitsland maar matig, en de Wifi in het hotel was ook niet zo snel maar uiteindelijk zag iedereen dat we nog even geduld moesten hebben.

De tijd werd gedood met kletsen en een spelletje, en om 9:55 uur plunderde Adri voor de 2e keer het ontbijtbuffet, zodat het personeel snel klaar was met opruimen.

Tegen 10:30 klaarde het een beetje op, en nadat Susan mij omstandig had verzekerd dat ze mij vandaag niet uit het oog zou verliezen reden we achter Rinus aan weg, en volgden de route die Peter had uitgezet. Helaas volgde de regenbui dezelfde route, en hoewel het niet erg hard regende, waren we de nattigheid snel zat. Tegen 12:00 uur stopten we in Sankt Goar. Merkwaardig genoeg verkocht het restaurantje alléén koffie, en géén Kuchen. Gelukkig zat er 100 meter verderop in de straat een bakker die het precies andersom deed, en daar kochten we een stuk Streuselkuchen waar we met z’n drieën genoeg aan hadden.

Tijdens de pauze was de regen verder Noordwaarts gedreven, en door de warmte van de vorige dag droogden de wegen snel op. Na de koffie reden we verder langs de Rijn. Rinus en ik bezweken niet voor de verleidingen van de Loreley, maar gingen achter Susan aan. Het werd zoals verwacht snel warmer en door de regen van die ochtend erg benauwd.

Na een uur of twee rijden werd het toch wel weer tijd om de inwendige mens te versterken. De gehuchtjes die we doorkruisten boden weinig soelaas, tot een voorbijganger ons naar Kirn stuurde. Een paar kilometer van de route, maar met een erg gezellig pleintje. Op het terras van een barretje vonden we een tafel met parasol, de naastgelegen snackbar serveerde Currywurst, niets mis mee!

De ijssalon aan de overkant zag er ook verleidelijk uit, maar dan bestond het risico dat we de hele middag bleven plakken. Dus klommen we weer in het zadel, met het stellig voornemen om later tóch aan die verleiding toe te geven. Een uurtje later, bij een eenzaam restaurant langs de route was het gelukkig zo ver. Van de kleine, maar fijne ijskaart koos ik de Nusskracker, met een ferme scheut échte advocaat. Aan het einde van de middag vonden we het hotel terug en sprongen direct onder de douche. Want het was wel érg warm geweest!

In het hotel was het drukker dan de avond ervoor, goed dus voor de eigenaren. Peter was die middag over een oliespoor uitgegleden, maar had ten koste van een pijnlijke enkel de boel heel kunnen houden.

Het personeel had de Grillabend strak en Corona-proof georganiseerd, en Eddie de eigenaar deelde na het eten nog een rondje kruidenbitter uit. De avond was, op een klein buitje na, bijna gelijk aan de vorige: Warm, gezellig, Young MCN lag als eerste op bed, en Wim en ik gingen als laatsten.

Zondag gingen we weer terug naar huis. De meesten althans, Peter en Harry bleven nog een paar dagen in Duitsland hangen. Susan en ik besloten om in de ochtend de route van Adri te volgen, en na de lunch de snelweg op te zoeken, zodat we niet te laat thuis zouden zijn. Na het ontbijt stopte ik mijn tas in mijn koffer en wachtte geduldig totdat Susan de drie koffers van haar Honda weer gevuld had. Het zou vandaag beduidend minder warm, maar nog wel behaaglijk worden.

Rond 9:30 reden we Noordwaarts, naar huis. In Duitsland zijn de bakkers ook op zondagochtend open, maar het duurde geruime tijd voor ik er één ontdekte. Tegen elf uur zag ik licht branden in een supermarkt, met een bakker in het voorportaal. We konden nog net koffie en thee krijgen, want om elf uur sloot de tent. Ik nam er een Pflaume-dinges bij, maar die bleek net zo groot als de Kuchen die we gisteren nog door drie hadden gedeeld. Dat was een flinke hap in je eentje!

Toen alles achter de kiezen zat reden we verder. Een klein stukje verder bleef een derde motor ons volgen, en bij een stoplicht zag ik de pretoogjes van Wim achter het vizier glimmen. Gedrieën reden we nog een uurtje door en in Eicherscheid stopten we bij Balkan restaurant Zur Post voor de lunch. Wim was hier op de heenreis toevallig ook al gestopt, en wilde de rest van het menu nog proberen.

Susan en hij bestelden een uitgebreide maaltijd, maar ik had aan een kop soep wel genoeg. Later nog een ijsje toe, en we stapten weer op. Wim volgde de route verder naar Nieuwegein, maar Susan en ik draaiden een kwartiertje verder de snelweg op. Een uurtje later bij Venlo nog even tanken en toen nog anderhalf uur in een slaapverwekkend tempo terug naar huis.